FANEVerkeersschool ENAanmelden
Kennisbank · Verkeer

Leestijd: 6 min · Door Zan, rijinstructeur · bijgewerkt op 24-10-2026

Dubbele instructies en voorsorteren: zo reageer je meteen goed

“Bij het tweede verkeerslicht rechtsaf, en daarna direct links.” Zo’n zin hoor je in je lessen en op je examen. Wie hem goed verwerkt, rijdt ontspannen naar de juiste strook. Wie hem pas verwerkt bij het kruispunt, moet improviseren. In dit artikel leer je per instructie wat er meteen in je hoofd moet gebeuren.

Weg met voorsorteervakken, pijlen voor linksaf en rechtdoor en de instructie: 2e licht linksaf

Elke instructie is een startsein

Een aanwijzing van je instructeur of examinator is geen weetje voor later. Het is een startsein. Zodra je hem hoort, loop je in je hoofd deze vier stappen af:

  1. Herhaal kort voor jezelf wat je moet doen: “tweede licht, links”. Twijfel je, vraag het dan meteen. Dat is op het examen geen fout.
  2. Kijk ver vooruit naar borden, pijlen op het wegdek en verkeerslichten. Daar zie je hoeveel stroken er zijn en waar je moet staan.
  3. Bepaal je strook en hoe laat je daarheen gaat. Hoe meer stroken, hoe eerder.
  4. Voer uit in de vaste volgorde: binnenspiegel, buitenspiegel, richting aangeven, dode hoek, rustig opschuiven. Lees meer over die volgorde in spiegels, dode hoek en kijktechniek.

Het verschil met beginners zit vooral in stap 2 en 3: ervaren bestuurders kiezen hun strook al als ze het kruispunt nog maar net zien.

Voorsorteren: de basis

Voorsorteren betekent dat je op tijd de plek op de weg inneemt die past bij de richting die je op wilt:

  • Rechtsaf: zo ver mogelijk rechts. Let extra op fietsers en voetgangers rechts naast je.
  • Linksaf: zo dicht mogelijk bij het midden van de weg. Op een eenrichtingsweg zo ver mogelijk links.
  • Rechtdoor: de strook met de pijl rechtdoor. Is er geen pijl, dan houd je rechts.

Richting aangeven doe je altijd, ook als je in een afslaande strook staat. Staan er pijlen op het wegdek, dan zijn die niet vrijblijvend: in een voorsorteervak moet je de richting van de pijl volgen. Sta je verkeerd, rij dan in de richting van je strook en zoek daarna een nieuwe route. Op tijd voorsorteren voorkomt dat gedoe. Meer over wie er bij het afslaan voorgaat, lees je in voorrangsregels: de basis.

“Rechtsaf, daarna linksaf”

Dit is de klassieke dubbele instructie. Het antwoord hangt af van het aantal rechtsafstroken.

Er zijn twee (of meer) rechtsafstroken

Dan draaien er auto’s naast je mee door de bocht. Elke strook loopt door naar een eigen strook op de nieuwe weg, vaak aangegeven met stippellijnen op het kruispunt. Je blijft dus in je eigen strook tot na de bocht. Moet je daarna snel linksaf, kies dan vóór het kruispunt de linker van de rechtsafstroken. Zo kom je na de bocht vanzelf links uit, zonder dat je over andere auto’s heen hoeft te wisselen.

Bovenaanzicht van een kruispunt met twee rechtsafstroken: de lesauto staat in de linker rechtsafstrook, slaat rechtsaf, komt uit in de linkerrijstrook en slaat daarna linksaf
Rechtsaf, daarna linksaf: kies vóór de bocht de linker van de twee rechtsafstroken. Je blijft door de bocht in je eigen strook en komt zo vanzelf links uit.

Er is één rechtsafstrook

Dan draait er niemand naast je mee. Je slaat kort af en komt eerst in de meest rechtse strook uit. Daarna schuif je op tijd op naar links: binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, richting aangeven, dode hoek. Ligt de volgende afslag dichtbij, begin daar dan meteen na de bocht mee, maar wissel nooit midden op het kruispunt. Dat geldt ook omgekeerd: bij “linksaf, daarna rechtsaf” met twee linksafstroken kies je de rechter van de twee.

Eén of twee afslaande stroken: waarom het verschil?

Leerlingen vragen vaak waarom je bij de ene situatie na de bocht je strook mag kiezen en bij de andere niet. Het antwoord is eenvoudig: het hangt af van wie er naast je meedraait.

  • Eén afslaande strook: niemand naast je. Rechtsaf neem je de bocht kort en kom je in de meest rechtse strook uit. Daarna kun je, na spiegel, richting aangeven en dode hoek, rustig naar de strook die je nodig hebt.
  • Twee of meer afslaande stroken: er rijdt iemand naast je die dezelfde bocht maakt. Als jij midden in de bocht van strook wisselt, snijd je hem af. Daarom houd je je strook aan tot na de bocht, en kies je je strook vóór het kruispunt.
Twee kruispunten naast elkaar: links één rechtsafstrook waarbij de auto kort afslaat en daarna van strook wisselt, rechts twee rechtsafstroken waarbij beide auto's hun eigen strook aanhouden
Links: bij één afslaande strook draait niemand naast je mee. Je slaat kort af en kiest daarna veilig je strook. Rechts: bij twee afslaande stroken houd je je strook aan door de bocht.

Een handig ezelsbruggetje: draait er iemand naast je mee, dan kies je vooraf. Draai je alleen, dan kies je daarna.

“Bij het tweede (of derde) verkeerslicht linksaf”

Tel kruispunten met verkeerslichten, niet losse palen. Een kruising met lichten telt als één verkeerslicht, ook als er aan alle kanten lichten staan. Twijfel je of een voetgangerslicht meetelt, vraag het dan even: je instructeur en de examinator leggen het graag uit.

De valkuil zit bij het eerste licht. Sta je daar al in het linksafvak, dan móét je bij dat eerste licht linksaf. Daarom:

  1. Bij het eerste verkeerslicht blijf je in de strook voor rechtdoor.
  2. Ben je het eerste kruispunt over, dan kijk je meteen hoe de stroken bij het volgende licht zijn ingedeeld.
  3. Schuif op tijd op naar de linkerstrook of het linksafvak: spiegels, richting, dode hoek.
  4. Bij het tweede licht sla je linksaf. Bij “derde” herhaal je stap 1 tot en met 3 nog een keer.
Weg met twee kruispunten met verkeerslichten: de lesauto rijdt bij het eerste licht rechtdoor in de rechterstrook en sorteert daarna voor in het linksafvak van het tweede licht
Bij het tweede verkeerslicht linksaf: bij het eerste licht blijf je uit het linksafvak, want daarin moet je de pijl volgen. Pas daarna sorteer je voor.

Liggen de kruispunten dicht op elkaar, dan zie je de linksafstrook van het tweede licht soms al vóór het eerste beginnen. Lees dan de pijlen goed: vaak is er een aparte strook die rechtdoor gaat en daarna pas links afbuigt.

“De eerste mogelijkheid rechtsaf”

Een mogelijkheid is een weg waar je in mag. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk zie je het snel over het hoofd. Deze wegen tellen niet mee:

  • een eenrichtingsweg die naar je toe komt (rond rood bord met een witte balk: inrijden verboden);
  • een weg die gesloten is, bijvoorbeeld met een rood rond bord met witte binnenkant;
  • een busbaan of een fietspad.

Een inrit naar een parkeerterrein, tankstation of erf is meestal ook niet bedoeld. Twijfel je, vraag het dan even. Zie je dat de eerste weg rechts niet mag, rij dan rustig door. Je geeft pas richting aan bij de weg die je echt neemt, anders denken anderen dat je eerder afslaat.

Weg met twee zijstraten rechts: de eerste is een eenrichtingsweg met een inrijverbod, de lesauto rijdt door en slaat de tweede zijstraat rechts in
De eerste mogelijkheid rechtsaf: een eenrichtingsweg die je niet in mag, telt niet mee. Je neemt de eerste weg waar je wél in mag.

Dubbele instructies op je examen

Op het praktijkexamen krijg je het grootste deel van de rit aanwijzingen van de examinator, en een deel rijd je zelfstandig met een navigatiesysteem. De examinator let er niet op of je elke afslag foutloos raadt. Hij let op hoe je reageert: kijk je op tijd, kies je een veilige strook en hinder je niemand? Mis je toch een afslag, rij dan gewoon door. Een gemiste afslag is geen fout, een gevaarlijke actie om hem toch te halen wel. Lees ook zelfstandig rijden met navigatie.

Bij Fane oefenen we dubbele instructies vanaf de eerste lessen, op echte kruispunten in Rijswijk, Delft en Den Haag. Wil je weten hoe je er nu voor staat? Plan een proefles of meld je direct aan.

Veelgestelde vragen

Mag ik op een kruispunt van rijstrook wisselen?

Nee, dat doe je niet. Kies je strook vóór het kruispunt. Sta je verkeerd, rij dan in de richting van je strook en zoek daarna een nieuwe route.

Telt een voetgangerslicht als verkeerslicht?

Met “het tweede verkeerslicht” wordt meestal het tweede kruispunt met verkeerslichten bedoeld. Twijfel je over een los voetgangerslicht, vraag het dan even aan je instructeur of examinator. Dat is geen fout.

Wat als ik in het verkeerde voorsorteervak sta?

Dan volg je de richting van je strook. Even inhalen om toch nog te wisselen is gevaarlijk en mag niet bij een doorgetrokken streep. Rij door en neem een andere route.

Nog een vraag?

Over de auteur

Wees de volgende!

Meld je direct aan, of begin met een proefles van 90 minuten voor €55. Daarna weet je precies waar je staat.

App Bel Tarieven Aanmelden